In 1948 wordt het diamanten jubileum gevierd met o.a. het eerste nationale bondsconcours en festival van na de oorlog, georganiseerd door de 'R.K. Bond van Muziekgezelschappen in het Bisdom 's-Hertogenbosch'. Pastoor Alb. A.M. van Mackelenbergh schrijft in het programmaboekje: 'Dit memorabele feit [zestigjarig bestaan] wordt gevierd met volle instemming van de bevolking op echt Brabantse wijze: met muziekwedstrijden, met bier, brandewijn met suiker en boerenjongens, gerookte paling en kramen met zuur.'

Geldropse Courant, 5 mei 1950

Op 29 april 1950 kan het GMC voor het eerst geüniformeerd uitrukken, en wel in het olijfgroen. Het 20 personen tellend tamboer- en klaroenenkorps, met aan het hoofd de tambour-maître, gaat aan de harmonie vooraf. Het korps presenteert zich aan zijn beschermvrouwe douairière baronnes Van Tuijl van Serooskerken bij Kasteel Geldrop en vervolgens bij erevoorzitter A.N. Fleskens. De dag erna presenteert het GMC zich voor het gemeentehuis aan het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraadsleden. 'Geldrop heeft een pracht-Harmonie!' schrijft de Geldropse Courant op 5 mei 1950.

Op 12 augustus 1950 volgt een optreden in Hilversum in het radioprogramma 'Musicerende dilettanten' van de KRO.

Martien van de Laar was in augustus 1938 aangesteld als een jonge onervaren dirigent maar brengt in de loop der jaren op concoursen de harmonie van de 4e afdeling naar de afdeling uitmuntendheid. Op 1 juli 1951, op het Bondsconcours in Tilburg, promoveert de harmonie zelfs naar de ereafdeling, met 140 punten voor het verplichte werk Valse triste van Jean Sibelius en 162 punten voor het keuzewerk Rossiniana ouverture van Gerard Boedijn.

Ook in de ereafdeling (de op één na hoogste) worden in de jaren daarna diverse eerste prijzen behaald, zoals in 1956, 1961 en 1963.

In september 1951 vertrekt de harmonie naar Breyell (in Duitsland, over de grens bij Venlo) op uitnodiging van het mannenkoor 'MGV Liedertafel 1866 Breyell'. Deze 2-daagse reis is een groot succes en nog diverse keren zullen het GMC en dit koor bij elkaar op bezoek komen en samen concerten verzorgen.

Ondanks het feit dat de mensen in deze periode van wederopbouw weinig vrije tijd hebben, is het GMC zeer actief. Het jaarverslag van 1951 vermeldt: 'Behalve de reeds genoemde acht concerten, zeven serenades en twaalf medewerkingen maakte ons Corps twee muzikale wandelingen, zodat ons Corps zich in 1951 30 maal aan het publiek presenteerde en waarbij 259 muzieknummers werden uitgevoerd, n.l. 194 Marsen, 4 Fantasies, 20 Ouvertures, 10 Walsen, 3 Suites, 6 Solo's en22 Kerkelijken en Nationale muzieknummers. In 1951 werden 55 Repetities gehouden, 10 Bestuursvergaderingen, 2 Alg. vergaderingen. (...) Ledental eind 1951: 70 leden, incl. 5 bestuursleden, 1 tambour-maître en 3 vaandeldragers.'

De slagwerkgroep onder leiding van instructeur Bas v.d. Voorde, presenteert zich voor het eerst als aparte geleding van het GMC aan de gemeenschap van Geldrop op 30 april 1953, tijdens een concert op de Heuvel. De slagwerkgroep telt dan 25 tamboers en 7 klaroenblazers. De publieke belangstelling is groot.

Er bestond al jaren een tamboerkorps dat de harmonie voorafging op straat, maar vanaf 15 november 1951 repeteren de tamboers apart - elke zaterdagavond in 'Villa Nova' aan de Nieuwendijk, waar ook de KAJ (Katholieke Arbeiders Jeugd) zijn onderkomen heeft. Vanaf 1950 is ook een jeugdharmonie gestart, onder leiding van Harry van Gerven. Het gaat crescendo met het GMC: eind jaren '50 is het ledental gegroeid van 49 in 1945 tot ruim 100.

Het Geldrops Muziekcorps in 1950
                           Het Geldrops Muziekcorps in 1950

 

Pin It