dirigeerstokjeVoor het eind van de 18e eeuw werden orkesten op verschillende manieren geleid. Bij orkesten aan een vorstelijk hof kon er een kapelmeester zijn die de musici leidde, gewoonlijk een componist. Soms stond de leider staande te spelen en werd Stehgeiger (staande violist) genoemd, soms dirigeerde hij van achter de klavecimbel en soms werd de maat geslagen met behulp van een manshoge zware dirigeerstaf. De dirigeerstaf is in de 17e eeuw ingeburgerd. Het verhaal gaat dat de Franse componist Jean-Baptiste Lully tijdens een concert in 1687 zo hard op zijn voet sloeg dat hij stierf, als gevolg van de koudvuur, waarmee de wond later besmet raakte. De dirigeerstaf werd tot ver in de 19e eeuw gebruikt.

In het begin van de 19e eeuw gebruikte componist en dirigent Ludwig Spohr (1784-1859) een klein stokje om de maat aan te geven en halverwege deze eeuw was dit dirigeerstokje helemaal ingeburgerd. Dirigeren werd uiteindelijk een apart beroep. Eén van de beroemdste dirigenten van de 19e eeuw was Hans von Bülow (1830-1894). Van hem is de uitspraak:

 

'Je moet altijd dirigeren met de partituur in je hoofd en niet met je hoofd in de partituur'

Andere grote dirigenten waren Gustav Mahler (1860-1911), Arthur Nikisch (1855-1922), Luigi Mancinelli  (1848-1921) en Arturo Toscanini (1867-1957). Tegen het eind van de 19e eeuw was het vak van dirigent uitgegroeid tot artistiek leider van orkesten.

De dirigent beslist hoe het muziekstuk gespeeld wordt: langzamer of sneller, harder of zachter, heel woest of misschien heel mysterieus. Als hij er niet was zou elk musicus het op een andere manier spelen, en zou het een zootje worden! Om goed samen te blijven, en op dezelfde manier te kunnen spelen, moeten ze dus heel goed naar de dirigent kijken: hij geeft alles wat ze moeten doen aan met zijn gebaren. Hij doet dit met de hand of met de dirigeerstok.

Dirigeren
Met de rechterhand wordt het tempo van de muziek aangegeven, meestal met de dirigeerstok.

Bij een tweekwartsmaat beweegt de stok alleen verticaal.

2 kwartsmaat animatie
2 kwartsmaat

 

 

 

Bij een driekwartsmaat maakt de stok een driehoekige beweging.

3 kwartsmaat animatie
3 kwartsmaat

 

 

 

Bij de vierkwartsmaat zie je een kruisvormige beweging.

4 kwartsmaat animatie
4 kwartsmaat

 

 

 

 

Met de linkerhand geeft de dirigent de dynamiek aan (harder of zachter). Ook geeft de linkerhand aan welke intonatie en expressie verwacht wordt van de muzikanten. Zelfs het gezicht van de dirigent geeft aanwijzingen, meestal tuit de dirigent de lippen als een passage zacht gespeeld moet worden en krijgt hij bijvoorbeeld en grimmige uitdrukking bij een felle passage. De leden van het orkest hebben geleerd om uit de totale lichaamshouding van de dirigent af te lezen wat er van hen verwacht wordt. De dirigent geeft ook aan wanneer een solist of een groep instrumenten moet inzetten.

De techniek van het dirigeren is bij elke dirigent anders, omdat de techniek erg afhankelijk is van de persoonlijkheid van de dirigent.

Een dirigent moet goed leiding kunnen geven, goed met mensen om kunnen gaan en ze kunnen stimuleren. Inzicht in en kennis van muziek is uiteraard erg belangrijk. De dirigent bepaalt meestal welke muziek er gespeeld wordt. Daarnaast moet hij natuurlijk goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de instrumenten die deel uit maken van het orkest dat hij dirigeert. Bij een optreden op straat (harmonieorkest met de drumband voorop) heeft de tambour-maître de muzikale leiding.