Bij de blaasinstrumenten is het mondstuk het belangrijkste onderdeel van het instrument. Zonder mondstuk heb je alleen maar een buis met gaten en kleppen of ventielen. Daar kan je geen geluid mee maken maar alleen de toonhoogte mee regelen. Geluid is trilling van de lucht en deze trillingen kunnen wij horen. Blaasinstrumenten worden ook ingedeeld naar de wijze waarop de lucht in trilling wordt gebracht:

  • instrumenten waarvan het mondstuk uit een enkel rietblad (klarinet en saxofoon) of een dubbel rietblad bestaat (hobo en fagot). Hier gaat de lucht trillen nadat het riet in trilling is gebracht. Ook mondorgels (waaronder de mondharmonica) en de doedelzak vallen onder deze groep
  • instrumenten met een blaasgat (dwarsfluit, piccolo en panfluit) of fluitmondstuk (blokfluit en scheidsrechterfluitje). Hier gaat de lucht trillen na tegen een scherpe rand te zijn geblazen
  • bij instrumenten met een mondstuk (trompet, trombone, hoorn en tuba) ontstaan de luchttrillingen door de lipspanning van de speler, die hiermee de lucht door het mondstuk perst.

Hieronder zie je vijf verschillende soorten van mondstukken en enige uitleg over de manier van aanblazen.

Mondstuk met een blaasgat (dwarsfluit, piccolo)

mondstuk dwarsfluit
     mondstuk dwarsfluit

De toon ontstaat door over de rond gebogen lipplaat tegen de aanblaasrand van het mondgat (blaasgat, labium) te blazen. De fluit met de lipplaat wordt losjes tegen de onderlip gehouden en wel zo dat het midden van de opening ook voor het midden van de lippen ligt. Het kopstuk wordt nu naar voren gedraaid totdat ongeveer ¼ van het mondgat door de onderlip wordt bedekt. Iets meer naar binnen of naar buiten draaien van de kop heeft invloed op de klank en het volume als de handen in dezelfde positie blijven.

De lucht wordt gespleten door de rand van het gaatje in het kopstuk waardoor de lucht gaat trillen. Hierdoor krijg je geluid te horen. De vorm van de mond is heel belangrijk tijdens het blazen. Door gebruik te maken van lipspanning en de vorm van de mond kun je subtiele klankvariaties aanbrengen.

Speciaal klankeffect is de Flatterzunge: om dit effect te bereiken moet de speler tijdens het spelen een rollende R laten klinken. Staccato tonen worden met een tongslag uitgevoerd (tijdens het blazen een toonloze letter t uitspreken), snelle figuren met een dubbele tongslag (t - k), zeer snelle triolen met driedubbele tongslag: t - k -t of t - t - k. Belangrijk om goed fluit te kunnen spelen is het hebben van een goede embouchure en beheersing van je ademhaling. Met embouchure wordt alles bedoeld wat je met je lippen, je tong en alle spieren daaromheen doet.

De klank van de fluit wordt vooral bepaald door de kop, daarom zijn er ook losse koppen te koop. Het materiaal speelt een rol, maar ook de vorm van het mondgat, het model van de lipplaat, enz. De verschillen zijn soms nauwelijks zichtbaar maar je kunt ze wel horen en voelen als je speelt.

Mondstuk met een enkel riet (klarinet en saxofoon)

mondstuk voor altsaxofoon
mondstuk voor altsaxofoon
mondstuk voor klarinet (onder)

klarinetmondstuk

Instrumenten met een enkel riet zijn bijvoorbeeld de klarinet en de saxofoon. De rieten van deze instrumenten liggen op een mondstuk, dat is vervaardigd van glas, kristal, hout, metaal, kunststof of eboniet, en dat makkelijk in de mond te nemen is. Het riet wordt op zijn plaats gehouden door een rietenbinder, rietklem of ligatuur, bijvoorbeeld een soort metalen band of koord.

Door op het mondstuk te blazen (het aanblazen van het riet), breng je het riet in trilling. De lucht in de buis gaat trillen nadat het riet in trilling is gebracht. Deze trilling wordt voor ons hoorbaar als geluid en zo ontstaat de toon bij deze instrumenten. De vorm, het materiaal en de holling van het mondstuk bepalen naast het speelgemak ook een deel van het timbre (=klankkleur). Een mondstuk moet passen bij je techniek en je embouchure, bij de bouw van je mond en de stand van je tanden en vooral ook bij de klank die je zoekt. Met embouchure wordt alles bedoeld wat je met je lippen, je tong en alle spieren daaromheen doet.

Of een mondstuk lekker speelt hangt af van de tipopening, de lengte en kromming van de baan, de grootte van het venster, het model van de drempel en de grootte van de kamer. Het gaat vaak om verschillen van honderdsten van millimeters! Een mondstuk met een grote tipopening speelt makkelijker, je krijgt meer volume en een feller geluid, en de toon is makkelijker bij te sturen. Je hebt daarbij een soepel riet nodig, een 'licht riet'.

Je kunt je klankkleur en je speelcomfort vaak aanzienlijk verbeteren met behulp van een mondstuk dat beter is aangepast aan je wensen. Een mondstuk heeft veel invloed op de klank. Als je begint met saxofoon of klarinet spelen krijg je bij het instrument meestal een plastic mondstuk, hierop kun je de beginselen van het spelen goed leren maar het zal je al vrij snel beperken, vooral als je je eigen muziekstijl gaat kiezen heb je een mondstuk nodig dat hierbij bij past. Het is aan te bevelen om na 6 tot 12 maanden spelen zo'n 'echt' mondstuk aan te schaffen.

Vaak kiest men in jazzmuziek voor metalen mondstukken, bij klassiek meestal voor houten of ebonieten versies. Eboniet is verhard rubber. Mondstukplakkers beschermen een mondstuk tegen afdrukken van je boventanden en geven wat extra houvast op het gladde mondstuk. Enkelrieten worden meestal kant-en-klaar gekocht bij een muziekwinkel. Omdat riet vrij snel slijt en onder invloed van vocht (speeksel) verzadigd raakt, moet het riet regelmatig vervangen worden.

 Mondstuk met dubbel riet (hobo en fagot)

hoboriet
hoboriet
                      fagotriet →

Het 'mondstuk' bestaat uit een stuk riet. Dit riet bestaat uit twee lichtgebogen rietbladen die met garen rond een stiftje bijeen worden gehouden. Gewoonlijk zit hier nog een koperdraadje omheen.

De stift is een metalen (koperen) pijpje, gedeeltelijk met een kurklaagje. Door stevig lucht te persen tussen de twee rietbladen breng je ze in trilling. De lucht in de buis gaat trillen nadat het riet in trilling is gebracht. Deze trilling wordt voor ons hoorbaar als geluid. Het blazen door zo'n nauwe opening zorgt voor veel weerstand zodat we wel kunnen spreken van 'persen'.fagotriet

Het riet is erg kwetsbaar, kan bijvoorbeeld opeens barsten tijdens een concert. Omdat riet vrij snel slijt en onder invloed van vocht (speeksel) verzadigd raakt, moeten de rieten ook regelmatig vervangen worden. Bijna iedere professionele hoboïst of fagottist snijdt zijn riet zelf en het riet wordt naar persoonlijke smaak aangepast en gevormd. Je kunt wel machinaal afgewerkte rieten kopen maar dubbelrieten moeten eigenlijk altijd aangepast moeten worden aan het instrument en de bespeler en dat is bij deze afgewerkte rieten niet meer goed mogelijk. Je zou bij zulke rieten eigenlijk moeten kunnen kiezen uit een stuk of vijf exemplaren, net zoals dat bij saxofoon en klarinet rieten gebeurt. Voor hobo/fagot rieten is dat echter een dure aangelegenheid. Veel beter is ze bij de hobo/fagotdocent aan te schaffen of ze zelf te leren maken en afwerken. Dat leer je ook op de hobo- of fagotles.

 mondstuk koperinstrumenten

trompetmondstuk
      trompetmondstuk

Het geluid van een koperen blaasinstrument wordt gevormd door de lippen te laten trillen in een mondstuk. Deze trillingen worden door de rest van het instrument versterkt door de buis en heeft bij de beker het uiteindelijke geluid. Naar gelang de grootte van het instrument wordt het mondstuk groter, zo heeft een tuba een groter mondstuk dan een trompet. Maar mondstukken verschillen op meer dan alleen het formaat. Een mondstuk wordt doorgaans gemaakt uit een massief stuk messing, daarna voorzien van een laagje zilver of goud, om zo vergiftiging door het messing te voorkomen. Er zijn ook versies van kunststof, deze hebben dit probleem natuurlijk niet, en voelen ook minder koud aan.

Omdat geen twee paar lippen hetzelfde zijn, is elke koperblazer op zoek naar andere eigenschappen van een mondstuk. Een mondstuk moet passen bij je manier van spelen, bij je embouchure, en bij alles wat daar mee te maken heeft, van de spanning en de stevigheid van je lippen tot je longinhoud en de tanden van je gebit en je tanden.trompetmondstuk

De cup van een mondstuk is het komvormige deel. Deze kan variëren in zowel diepte als diameter van de cup. Over het algemeen kan worden gezegd hoe groter het blaasinstrument, hoe dieper de cup van het mondstuk. Daarom is het mondstuk voor een cornet iets ondieper dan die voor een trompet. Een ondiepe cup maakt het makkelijker om hoge noten te kunnen spelen, maar het gaat vaak ten koste van de volheid van de lagere tonen. Voor beginnende muzikanten is dan ook aan te raden om te kiezen voor een vrij diep model. Deze zijn ook geschikt voor gevorderde spelers die veel lage noten in hun muziek tegenkomen. De diameter van de cup heeft invloed op het volume van het spel. Naarmate de diameter groter wordt neemt het volume toe. Net als voor de diepte geldt dat een kleinere diameter het makkelijker maakt om hoge noten te halen. Het vereist echter veel meer controle en lipspanning, waardoor vermoeidheid snel op de loer ligt.

De rim (=rand). Voor de rim van een mondstuk zijn ook twee eigenschappen te onderscheiden waarin ze verschillen. Als eerste de dikte van de rand. Als deze breder wordt gaat de druk op de lippen omlaag, met als gevolg dat het spelen langer vol te houden is, maar het gaat ten koste van flexibiliteit. Het voordeel van een smallere rand is dan ook dat het makkelijker is om over te gaan van lage naar hoge noten. Ten tweede is er de scherpte van de rand, dit is de afronding van rim naar de cup. Het is in principe comfortabeler om te spelen op een afgeronde rand. Scherpe randen hebben namelijk de neiging om een snijdend gevoel aan de lippen te geven. De gevorderde speler die veel speelt heeft wel baat bij een scherpe rim, want het zorgt wel voor een heldere klank en een scherpere aanzet.mondstuk voor trombone

De boring. Achter de cup zit het gat naar het rechte deel van het mondstuk. Een kleine boring geeft koperblazers meer uithoudingsvermogen en een heldere klank. Het nadeel hiervan is echter dat het moeilijker is om veel volume te leveren. Wanneer u op zoekt bent naar een krachtig geluid kunt u dus beter kiezen voor een grotere boring.

De stiftboring. De stiftboring moet niet verward worden met de hiervoor genoemde boring. De stiftboring van een mondstuk duidt op de manier waarop de stift (de buis) wordt gevormd. Hoe die is gevormd is vaak vooral afhankelijk van de vorm van de cup en de boring. Bij het kiezen voor een mondstuk is het met name van belang dat deze aansluit op de boring van het blaasinstrument. Over het algemeen kan wel worden gezegd dat wanneer men een te grote stiftboring gebruikt er te weinig weerstand is voor de lippen. Het gevolg is dat men sneller vermoeid raakt.

mondstuk voor trombone

Je perst lucht in het mondstuk door het gebruik van lipspanning. Wanneer je zou blazen zonder deze lipspanning dan zou je alleen maar lucht verplaatsen en deze niet in trilling brengen. Door met een bepaalde lipspanning te blazen ontstaat een toon. Dus de lipspieren brengen de luchtkolom in trilling, vooral de bovenlip. Bij de lagere tonen trillen boven- en onderlip bijna op dezelfde wijze. Je hebt een goede ademhalingstechniek nodig en een goede embouchure en dat kost tijd om te leren. Met embouchure wordt alles bedoeld wat je met je lippen, je tong en alle spieren daaromheen doet.

 mondstuk hoornDit mondstuk wordt gebruikt bij de hoorn

 

Pin It