In blaasorkesten worden drie, soms vier, verschillende groepen instrumenten gebruikt: koperen blaasinstrumenten, ('het koper'), houten blaasinstrumenten ('het hout'), slaginstrumenten (het slagwerk) en soms ook nog andere, zoals snaarinstrumenten, als aanvulling.

muziekinstrumenten overzicht

Bij de blaasinstrumenten is het mondstuk het belangrijkste onderdeel van het instrument. Zonder mondstuk heb je alleen maar een buis met gaten en kleppen of ventielen. Daar kan je geen geluid mee maken maar alleen de toonhoogte mee regelen. Geluid is trilling van de lucht en deze trillingen kunnen wij horen. Blaasinstrumenten worden ook ingedeeld naar de wijze waarop de lucht in trilling wordt gebracht:

  • instrumenten waarvan het mondstuk uit een enkel rietblad (klarinet en saxofoon) of een dubbel rietblad bestaat (hobo en fagot). Hier gaat de lucht trillen nadat het riet in trilling is gebracht. Ook mondorgels (waaronder de mondharmonica) en de doedelzak vallen onder deze groep
  • instrumenten met een blaasgat (dwarsfluit, piccolo en panfluit) of fluitmondstuk (blokfluit en scheidsrechterfluitje). Hier gaat de lucht trillen na tegen een scherpe rand te zijn geblazen
  • bij instrumenten met een mondstuk (trompet, trombone, hoorn en tuba) ontstaan de luchttrillingen door de lipspanning van de speler, die hiermee de lucht door het mondstuk perst.

rietEnkelrieten

 Hoewel er veel gemopperd wordt over de prijs en de kwaliteit van rieten levert een riet toch een uitermate knappe prestatie. Het riet zet de uitgeblazen lucht van een rietblazer om in een trilling, een toon. Als er een 'a' geblazen wordt, beweegt een riet in 1 seconde 440 keer op en neer. De helft van de tijd sluit een riet het mondstuk helemaal af, een kwart van de tijd staat het mondstuk helemaal open en de resterende tijd trekt het riet sprintjes tussen open en dicht. Bij een lage a zijn de sprints langer dan bij een hoge a: bij een bariton dus langere sprints dan bij een sopraansax. Daarbij moet het riet zich snel aanpassen aan elke nieuwe toon (lage bes, flageolet), stoppen, starten, crescendo, piano en dan moet het nog mooi klinken ook. Uren achtereen, elke dag en het liefst wekenlang.
bamboeveld
bamboeveld

natuurtrompetten
             natuurtrompetten

Natuurtonen

Natuurtonen zijn de tonen die ontstaan als je op een holle buis blaast. Een dergelijke holle buis kan een stuk tuinslang zijn, maar ook een instrument. De natuurtrompet is een trompet zonder ventielen, dus met een klankbuis van vaste lengte. De enige tonen die dan voortgebracht kunnen worden, zijn de natuurtonen, gehele veelvouden van de grondtoon zoals die door de lengte van de buis bepaald is. Door de embouchure te veranderen ontstaat bij het spelen een reeks natuurtonen. Ook overblazen is een belangrijke techniek.

Over de embouchure (van het Franse bouche = mond) valt veel te vertellen, klik hier bijvoorbeeld.

De natuurtonen komen altijd in dezelfde volgorde te voorschijn:

grondtoon - rein octaaf - reine kwint - reine kwart - grote terts - kleine terts - kleine terts - grote secunde - grote secunde - en zo verder.